Oorsprong – Dan Brown

Waarom mijn data science collega Oorsprong aanraadde werd al snel duidelijk. Eén van de hoofdpersonen in het boek, Winston, is een product van kunstmatige intelligentie. Als een God dirigeert hij de andere hoofdpersonen van hot naar her, in een poging een antireligieuze presentatie te openbaren. Maar als er geen wifi is, is er ook geen Winston.

De andere hoofdpersoon is Robert Langdon. Die kennen we nog van de Da Vinci Code. En dat is meteen het zwakste punt van Oorsprong. De suspense in Oorsprong volgt exact hetzelfde procédé als in de Da Vinci Code: Robert Langdon is toevallig de enige die het werk van een vermoord persoon aan de vergetelheid kan ontrukken, maar wordt daarbij tegengewerkt door een mysterieuze en nietsontziende vijand. Samen met een mooie jongedame vlucht hij langs bakens van de westerse cultuur om uiteindelijk is zijn plannen te slagen. Hij is net James Bond, overwint de onmogelijkste tegenslagen en komt zelf ongeschonden uit de strijd.

Dat het van meet af aan duidelijk is dat het toch wel goedkomt met Robert Langdon neemt helaas een hoop spanning weg uit het boek, hoeveel cliffhangers Dan Brown er ook aan toevoegt. Wat resteert is een interessant gecomponeerd verhaal over een katholieke sekte en een baanbrekende ontdekking over de herkomst van de mens. Althans, baanbrekend voor mensen die uit een religieuze samenleving komen, zoals de Verenigde Staten. Sowieso is het verhaal erg Amerikaans. Beschrijvingen van Barcelona en de Sagrada Familia lijken rechtstreeks uit een reisgids te komen. In Europa kent iedereen Gaudí wel, maar voor Amerikanen is dat blijkbaar nog iets exotisch.

Als alle obstakels zijn overwonnen wordt het boek, zo’n 150 pagina’s voor het einde – pas echt interessant. Dan worden de ideeën van de vermoorde Edmond Kirsch uitvoerig uit de doeken gedaan en blijkt het plot toch gelaagder te zijn dan een platte avonturenroman. Mij dunkt dat de gemiddelde thriller-lezer zich toch behoorlijk kan verslikken in de presentatie van Kirsch. Maar als je hier wel je hart aan ophaalt kun je gelijk verder met de boeken van Harari, waarin Brown een heerlijke inleiding geeft.

President vermist – Patterson / Clinton

President vermist is een detective/thriller van de Amerikaanse thrillerauteur James Patterson en Bill Clinton. Bill Clinton? Ja, de voormalige Amerikaanse president heeft flink zijn stempel gedrukt op deze roman, en helaas komt dat het boek niet ten goede.

Ik ben niet zo’n thrillerlezer, dus wellicht had ik mij iets minder weerbarstig op moeten stellen bij het volstrekt ongeloofwaardige verhaal waarin één computervirus de volledige Amerikaanse maatschappij moet laten ontsporen. Eén virus dat in één klap alle bestaande systemen infecteert, maar ook alle backups en alle data vernietigt. Fysiek onmogelijk, maar goed, als je een spannend boek wil lezen, moet je dit uitgangspunt even accepteren. De Verenigde Staten van Amerika staan dus aan de rand van de afgrond.

Gelukkig is er een president die de handschoen van de dreiging oppakt. Een president die niet meedoet met de politieke spelletjes van de senaat, maar volledig altruïstisch zijn eigen carrière in de waagschaal stelt om zijn land te redden. En passant zet hij de hackers van zijn beveiligingsteam op het juiste spoor en ontmaskert hij eigenhandig een verrader in zijn staf. Bent u daar nog?

Een flinterdun plot met een politieke boodschap die er slaapverwekkend dik bovenop ligt: de oogst is aan de magere kant voor deze sterrencombinatie. Als filmscript zie ik er nog wel brood in, maar thrillerliefhebbers of boekenclubjes zijn er gauw op uitgekauwd.

 

Mijn zoon heeft een seksleven – Renate Dorrestein

Vanwege haar recente overlijden staat het werk van Renate Dorrestein in de belangstelling. De leesclub van mijn moeder leest Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor. Ik moest het ook lezen, vond mijn moeder.

Mijn zoon etc. gaat over het drukke leven van Heleen, een vrouw in de overgang, met een eigen bedrijf en twee puberkinderen. Als haar moeder een hersenbloeding krijgt, komt haar ook de rol van mantelzorger toe en druppelt haar leven langzaam over.

Ondanks de zware thematiek van mantelzorg en dementie leest Mijn zoon etc. lekker weg. Hoe kan dat?

  • Dorrestein wisselt een wat afstandelijkere vertelstijl voortdurend af met spreektaal. Ze gebruikt veel gezegdes en laat soms ook opeens in een zin de persoonsvorm weg, waardoor je de indruk hebt dat de verteller jou tussen neus en lippen door persoonlijk even bijpraat.
  • Het onderwerp staat heel dichtbij: een gewone vrouw in een gewoon dorp, met herkenbare problemen.
  • De hoofdpersoon vertelt haar verhaal op de man af, met zelfspot en humor. Helaas, of gelukkig, kunnen ook dementerenden heel grappig uit de hoek komen:

Heleen krijgt een rondleiding in een verpleegtehuis waar haar moeder mogelijk geplaatst zal worden: “Een mager oud kereltje was de enige die naar me keek. Luid zei hij: Donder op met die rotkop!”

Opvallend genoeg bevatte de uitgave die ik las een advertentie achterin het boek. Behoor ik nu tot een selecte groep lezers die weet wat dr. v. betekent?

Hoewel de titel mogelijk iets anders doet vermoeden gaat Mijn zoon heeft een seksleven en ik lees mijn moeder Roodkapje voor niet over het seksleven van de zoon, maar hoofdzakelijk over de dementerende moeder. Ben jij een middelbare scholier en wil graag een spannend boek van een Nederlandse schrijfster op je lijst zetten? Begin dan bij Tessa de Loo ofzo, en laat dit boek nog maar even links liggen.

Der kleine Bruder – Sven Regener

Probeer maar eens een goed én leuk boek vinden, terwijl je kennis van het Duits nog niet optimaal is. En dat je die boeken dan ook nog op je leeslijst moet zetten! Godzijdank is er tegenwoordig de trilogie over Frank Lehmann van de Duitse schrijver Sven Regener.

Over Herr Lehmann en Neue Vahr Süd schreef ik al eerder. Der kleine Bruder is het derde deel uit de serie, maar is chronologisch het tweede boek, na Neue Vahr Süd. In dit boek zien we hoe Frank vanuit Bremen naar Berlijn verhuist, waar zijn grote broer woont, die kunstenaar is.

Zomaar even een boek in het Duits lezen is niet voor iedere Nederlander weggelegd. Gelukkig kent het Duits veel woorden die lijken op hun Nederlandse equivalent. Zo betekent “kleine” gewoon “kleine” en het Duitse “Bruder” is in het Nederlands “broer”. Dat valt mee toch?

Is dan het hele boek Der kleine Bruder makkelijk leesbaar? Probeer de volgende passage eens te begrijpen. Frank en Karl drinken in de kroeg een biertje en Frank vraagt waar het atelier van zijn broer eigenlijk is:

– Wo is das Atelier von Freddie?
– In der ArschArt-Galerie, sagte Karl in sein Glas hinein.
– Wo?
– In der ArschArt-Galerie.
– Wo?
– In der ArschArt-Galerie, verdammt nochmal.
– Ja, ja, gehört hab ich’s schon, sagte Frank bissig, aber ik kann’s kaum glauben: ArschArt-Galerie, ja?

Als je hier chocola van kunt maken, probeer dan de rest van het boek ook maar! Al lezend leer je allerlei woorden die je voorheen niet kende. En je hoeft ze heus niet allemaal op te zoeken in een woordenboek.

Karl is niet zo een fan van de Reichenbergerstraat in de wijk Kreuzberg:

“Schau dir die Reichenberger Straße an”, sagte er und schnupperte die kalte, scharfe Luft, “das ist wirklich die Pißrinne von Kreuzberg! Deprimierend, wenn mann da drin wohnt.”

Had jij ooit van het woord Pißrinne gehoord? Ik niet, maar ik snap meteen de betekenis, hehe.

Oja, stel je voor dat jij nog een hee-eel ouderwetse leraar Duits hebt, die de boeken van Regener “geen literatuur” vindt. Tsss. Die vindt dan bijvoorbeeld het taalgebruik niet zo netjes. Of hij merkt op dat het karakter in het boek “geen ontwikkeling” doormaakt. Stuur die leraar maar aan mij door, dan komt alles gut.

Onze man in Teheran – Thomas Erdbrink

Was dit stom toeval of hadden ze in de bibliotheek het boek speciaal uitgelicht? Ik had toevallig het boek Onze man in Teheran van Thomas Erdbrink meegenomen toen ik met de kids in de bieb was. Dat boek is al enkele jaren oud en beschrijft zijn bevindingen in Iran. Thomas – correspondent voor onder andere De Volkskrant – is met een Iraanse getrouwd en woont in Teheran.

Onze man in Teheran is een dun boekje dat ons in vlot geschreven, korte stukjes algemene en persoonlijke kanten van de Iraanse maatschappij laat zien. Zoals Thomas’ schoonmoeder, die er de kat de schuld van geeft dat Thomas en Newsha nog geen kinderen hebben. Maar ook over de zware luchtverontreiniging die Teheran steeds vaker in zijn greep houdt. Het aangrijpendst is de beschrijving van twee straatrovers die opgehangen worden.

Wat een toeval dat de VPRO gisteren is begonnen met het uitzenden van de tweede serie van Onze man in Teheran!

Zwemmen voor Swim to Fight Cancer in het Spaarne te Haarlem

Jullie hebben de afgelopen dagen allemaal kunnen zien wat voor een heroïsche prestatie Maarten van der Weijden geleverd heeft door bijna de hele Elfstedentocht zwemmend af te leggen. Hij heeft hiermee veel geld ingezameld voor kankeronderzoek.

Behalve de Elfstedentocht organiseert Swim to Fight Cancer ook in andere steden zwemtochten om geld op te halen. Vorig jaar zwom ik mee in Den Bosch. Dit jaar zwem ik op zondag 16 september een thuiswedstrijd van 2 kilometer, in het Spaarne van Haarlem.

Zelfs met de kleinste bijdrage helpen jullie mij en het onderzoek naar kanker vooruit: https://haarlem.swimtofightcancer.nl/tomgreuter. Je bijdrage gaat overigens 100% naar kankeronderzoek! De kosten voor de organisatie van de zwemtocht nemen wij als deelnemers voor eigen rekening.

Tot zwems!

Een dagje naar het strand – Heere Heeresma

Een dagje naar het strand is een fantastische titel voor het verhaal dat niet bepaald een vrolijk en zonnig uitje naar het strand beschrijft. Om een e-reader te proberen wilde ik deze korte roman van Heere Heeresma na 25 jaar herlezen. Veel kon ik me er niet meer van herinneren. Veel regen en Hollandse grauwheid.

Bij herlezing viel me direct de archaïsche en poëtische taal op. Het verhaal is geschreven in 1961. Hoewel het een lekker dun boekje is, denk ik dat weinig scholieren er tegenwoordig mee uit de voeten kunnen.

Wat ik me totaal niet meer kon herinneren was dat de hoofdpersoon een alcoholist is. Bernd is werkeloos en platzak. Door zijn nichtje (dochter?) een dagje met uit te nemen naar het strand, kan hij zijn vriend Carl wat geld afhandig maken dat hij voornamelijk gebruikt om aan zijn drankzucht te voldoen. Aanvankelijk maakt Bernd indruk met zijn vindingrijkheid om én zijn nichtje Walijne een leuke dag aan het strand te bezorgen en tegelijkertijd zo snel, zo vaak en zo onopvallend mogelijk een biertje achterover te slaan, het liefst zonder ervoor te betalen. Maar wanneer Bernd steeds verder beneveld raakt, verdwijnt Walijne langzaam uit beeld totdat bij Bernd het licht helemaal uitgaat.

Hoewel het wrang is te zien dat de onvoorwaardelijke liefde van het meisje steeds minder weerklank vindt, ken ik geen mooiere beschrijving van iemands verlangen naar drank en de daaropvolgende onvermijdelijke ondergang. De prachtige beschrijvingen van het verlaten strand (met de “stoffige doffe geur van zand”) in de miezerregen versterken die ondergang: “het zand zag eruit als een onaantrekkelijke bruine koek, gekloofd en geschonden door gravers en fortenbouwers.”

Wat ontvlucht u deze zomer?

Fijne observatie van Ruud Welten in Wat ontvlucht u deze zomer?: door het massatoerisme is de wereld zó platgetreden dat er feitelijk geen verschil meer bestaat tussen de toerist en de reiziger, behalve dan dat de laatste zijn tocht naar elders een verhevener status toekent (“het hoort bij toerisme geen toerist te willen zijn”).

Wie nog steeds het romantische beeld koestert van reizen als vrijheid en ‘voor alles open staan’, mag dat enthousiasme anno 2018 eens gaan uitleggen aan een groep uitgeprocedeerde asielzoekers.

Maar willen we werkelijk een interessant gesprek over reizen voeren, laten we dan eens niet vragen naar het bekende, naar waar de reiziger is geweest of waarnaar hij verlangt heen te gaan, maar naar wat hij ontvlucht. Wat is het, dat maakt dat we onszelf moeten ontvluchten tot in de kleinste uithoeken van de wereld?

Lost in Space – Netflix

Ik ben niet zo goed in bingewatchen. Uberhaupt heb ik moeite om ellenlange series tot het einde te bekijken. Bij House of Cards strandde ik in seizoen 2. Bij Downton Abbey haakte ik ook in seizoen 2 af.

Maar nu lag ik ziek op de bank en ik had nergens puf voor. Het werd Lost in Space. Als ik niet ziek was geweest had ik de serie nooit afgekeken, want aflevering 1 is de saaiste van allemaal. Veel Netflix series hebben namelijk de onhebbelijke eigenschap dat ze alles uitvoerig uit willen leggen. Als je net als ik denkt (hoopt) dat Lost in Space een soort Netflix alternatief voor Star Wars is, kom je bedrogen uit.

Spoiler alert!

Lost in Space gaat over een groep kolonisten die van de aarde geëvacueerd wordt om op een andere planeet een nieuwe wereld op te bouwen. Onderweg leiden ze schipbreuk. Enkele tientallen aardmensen stranden op een onbekende planeet, die toch wel erg aan onze aarde doet denken. We volgen in de serie vervolgens met name het gezin Robinsons.

Goed gedaan Netflix:

  • De beelden van de vreemde planeet met in de lucht de silhouetten van diverse manen vind ik altijd ontroerend mooi.
  • De belangrijkste hoofdrollen zijn voor vrouwen weggelegd: Maureen als de moeder/raketgeleerde, dr. Smith als het ondermijnende kwaad en Judy als de enige arts in de groep.
  • De special effects zijn overtuigend!
  • De vriendschap tussen Will Robinson en de kille robot spreekt aan.

Hier haakte ik af:

  • In elke aflevering stonden weer de familie Robinson weer de meest grote tegenslagen en bizarre avonturen te wachten. Maar op een gegeven moment weet je dat het net is als bij James Bond die met een pink aan een neerstortende helikopter hangt: hij overleeft het toch wel.
  • Tussen alle spectaculaire gebeurtenissen in wordt wel heel veel overloos gesproken en onnodig gepsychologiseerd. In aflevering 2 wordt aan Judy voortdurend gevraagd of ze haar bijna-verdrinking wel verwerkt heeft. In aflevering 4, zo’n anderhalve dag later, is dat vreemd genoeg geen issue meer.
  • ‘s Avonds wordt het kamp overvallen door agressieve dino-achtige wezens en heerst er totale paniek. De volgende ochtend gaat de 16-jarige dochter – die nacht ternauwernood gered uit de kaken van zo’n beest – vrolijk met haar vriendje naar de watervallen, want de serie had blijkbaar ook kalverliefde nodig.
  • Als in een Amerikaanse film de vader en moeder in scheiding liggen, weet je dat het goed gaat komen. Ook in Lost in Space krijgen we talloze aanwijzingen te zien dat het wel goed komt. Iedereen ziet, behalve moeder Maureen.
  • Het kwaad is wel erg zwart-wit. Dr. Smith moet slecht zijn. En dus laten we een flash-back zien van een slechte daad van haar. En dan nog een. En later nog een – voor de zekerheid. En aan de domme kijkers die het nu nog niet door hebben geven we nog 3 hints… Aan het einde van een Star Wars film ben je overweldigd. Eigenlijk wil je hem dan meteen nog een keer zien om te kijken wat je gemist hebt. Nou, dat hoeft bij Lost in Space niet hoor. Alles is klontje klaar. Sterker nog: als die 10 uur aan series in één speelfilm van 2 uur geperst zou worden (door een betere scenarioschrijver graag) dan heb je een dijk van een film!

Lost in Space: de beelden overtuigen, maar het verhaal rammelt.

Wie is de Mol in Bakuriani

Afgelopen weekend zagen we dat het circus van Wie is de Mol was neergestreken in het Georgische spadorp Bordzjomi. Daar nam het gezelschap hetzelfde treintje naar Bakuriani als ik, 19 jaar geleden. De website van mijn Georgiëreis staat nog steeds online.

Georgië