Misdaad en straf – Dostojevski

Een nieuwe vertaling van een wereldklassieker is belangrijk nieuws. Hans Boland laat een frisse wind door de Nederlandstalige Russische literatuur waaien en zo lees je eigenlijk weer een heel nieuw boek.

Sowieso gaf Misdaad en Straf na 30 jaar herlezen een nieuwe ervaring. Kleine dingen die mij opvielen:

  • Ik herinnerde me Misdaad en Straf als een ellenlang ijlen van Raskolnikov, maar eigenlijk is het een tamelijk helder verhaal, waarin Raskolnikov inderdaad wel aaneenlopend ziek, grieperig en ijlend is.
  • Ik dacht ook dat het grootste deel van de roman ging over de strijd tussen Raskolnikov en onderzoeker Porfiri, maar dat blijkt helemaal niet zo te zijn. Zijn zus Doenja en zijn vriend Razoemichin spelen een veel prominentere rol dan ik mij herinnerde.
  • Ook viel me op hoe onaardig Rodion tegen Sonja doet, en dat dit haar houding ten opzichte van hem opmerkelijk genoeg geheel niet beïnvloedt.
  • Nu ik wat beter bekend ben met de kritiek op Dostojevski viel me op dat Misdaad en Straf een aaneensluitende parade van dwangmatige druktemakers is. Dit was het enige dat me tijdens het lezen tegen de borst stootte: weer zo’n hysterische mafkees. Maar al die mafkezen bij elkaar leveren toch een reuzeboeiend verhaal op.
  • De manier waarop de een na de ander in het boek opgevoerd wordt, en het gegeven dat de meeste handelingen plaatsvinden in een paar Petersburgse kamertjes, maken Misdaad en Straf trouwens bij uitstek geschikt om als toneelstuk uit te voeren.
  • De vertaling van Boland loopt als een trein, maar de uitdrukkingen “bling bling” en “druk, druk, druk” vind ik niet kunnen. Daarmee leg je een vervreemdende link naar de huidige tijd.

Lezen dan maar? Zeker! Ben je een beginnende Dostovskiaan? Dan raad ik je aan eerst De speler bij de bibliotheek te halen. Helaas nog niet vertaald door Boland…

De kaart en het gebied – Michel Houellebecq

De eenzame fotograaf Jed maakt een kunstproject met Michelinkaarten dat enorm aanslaat en zijn naam vestigt. Vervolgens pakt hij de schilderkunst op, creëert een serie schilderijen over hedendaagse beroepen en wordt miljonair. Die serie is zo’n succes dat Jed en zijn galeriehouder “de beroemde Franse schrijver Houellebecq” kunnen benaderen om een voorwoord bij de catalogus te schrijven.

Er ontstaat een komisch Droste-effect waarin Houellebecq zichzelf portretteert als een depressief, alcoholistisch, haast seniel menselijk wrak.

Houellebecq schijnt er berucht om te zijn hele artikelen van Wikipedia over te nemen in zijn boeken. Ook in De kaart en het gebied komen soms uitvoerige (en saaie) beschrijvingen voor die rechtstreeks uit de encyclopedie overgenomen lijken te zijn. Die zakelijke beschrijvingen kwam ik ook al tegen bij Franzen. De grote schrijvers vinden het blijkbaar geen enkel probleem om een belegger in een boek te intoduceren met meerdere pagina’s encyclopedische informatie over beleggen.

De kaart en het gebied is te lezen als een aanklacht tegen de vercommercialisering van de kunstsector. Naast het boeiende levensverhaal van de autistische kunstenaar Jed, is het vooral grappig om te zien hoe Houellebecq zichzelf beschrijft. De moord in het tweede deel van het boek is bijna een verhaal op zich.

Gesprekken met vrienden – Sally Rooney

Normale mensen van Sally Rooney heeft grote prijzen gewonnen, alleen was het boek niet bij de bieb beschikbaar. Daarom begon ik met haar eerste roman Gesprekken met vrienden. Maar tijdens het lezen bleef het mij lang het een raadsel waarom Rooney zo de hemel geprezen wordt.

Het boek begint met een serie beuzelarijen van de 21-jarige studente Frances, haar waarheden, haar onzekerheden, haar kennismaking met de grote(re) wereld. Als ze verliefd wordt op de flink oudere Nick komt haar leven in een stroomversnelling.

Als we halverwege het boek zijn is het nog steeds lastig aan te geven waarin het zich onderscheidt van een veredelde doktersroman. Opvallend is de erg kale stijl. Rooney lijkt soms wel expres lelijk te schrijven. Wellicht heeft dat een functie in de roman, maar echt lekker leest het niet. De schrijfster raakt echter langzaam maar zeker in haar element, zo blijkt aan het poëtische einde van het boek:

Toen ik door een zijingang het park binnenliep, leek het verkeerslawaai zichzelf zachter te zetten, alsof het in de kale takken bleef hangen en in de lucht oploste.

En even later, als Frances nog in hetzelfde park is:

De kale takken, van onderaf belicht, krabden in de lucht.

Perfect beeld! Gesprekken met vrienden gaat over de catharsis van hoofdpersoon Frances, maar het lijkt ook wel een catharsis van schrijfster Rooney. Gesprekken met vrienden is geen meesterwerk, maar eerder een meesterproef. Het volgende werk is ongetwijfeld beter.

De goede zoon – Rob van Essen

Na laaiend enthousiaste recensies in De Groene kwam De goede zoon bovenaan mijn leeslijst terecht. De goede zoon is een roman met twee gezichten. Enerzijds blikt de hoofdpersoon terug, op zijn werkzaamheden in Het Archief en op zijn relatie met zijn moeder. Dan is Van Essen op zijn sterkst met indringende beschrijvingen en tastbare herinneringen. Anderzijds is De goede zoon een science fiction roman die in de (nabije) toekomst speelt. Nederland is een openluchtmuseum geworden, de mensen leven van een basisinkomen en vervelen zich kapot, omdat robots het werk doen.

De zelfrijdende auto heeft de wegen veroverd. De hoofdpersoon maakt een lange road trip in een zelfrijdende en converserende auto. De gesprekken tussen een mens en kunstmatige intelligentie deden mij denken aan de vele gesprekken tussen de hoofdpersonen in De oorsprong van Dan Brown. Brown’s plot is natuurlijk een knallende apotheose zonder weerga, terwijl Van Essen afwikkelt naar een rustiger einde. Alle toekomstscenario’s ten spijt, ik prefereer de Van Essen die terugblikt.

De leeglopers – Giovanni Verga

Alsof het de voorbode is van de huidige publieke onvrede in Italië, lezen we in Verga’s De leeglopers (1881) over een arme vissersfamilie in een Siciliaans dorpje die in de loop van de 19e eeuw langzaam maar zeker verpletterd wordt door de heersende klasse en hun eigen arbeidsethos.

De ondergang van de familie Leegloper is in een dromerige, poëtische stijl geschreven, met veel couleur locale. Het lot van de familie grijpt je aan en laat je niet meer los. Alleen de vele bijnamen maken het volgen van de dorpspersonages soms lastig. Wat dat betreft bijna een Russische roman!

“De man is het vuur en de vrouw het stro, en dan komt de duivel en blaast.”

Verhalen van Platonov vertaald

Andrej Platonovs verhaal “De terugkeer” was een van de redenen dat ik Russisch ging studeren. En precies 23 jaar geleden studeerde ik af op de relatie tussen vaders en zonen in de roman Tsjevengoer van Platonov.

Nu zijn de “fenomenale verhalen van Platonov schitterend vertaald”, aldus Sjeng Scheijen. Het lijkt haast wel of Scheijen het over een andere Platonov heeft dan die ik me herinner. Mij zijn vooral de moeizame menselijke verhoudingen bijgebleven. Niet direct het vraagstuk “hoe de moderniteit de mens probeerde te redden door haar nutteloos te verklaren”.

Dat zegt genoeg over de diepten in zijn teksten. Platonov is geen hap-slik-klare Dan Brown. Eerder filosofische poëzie in proza. Scheijen: “Ik ben blij dat ik niet elke dag Platonov hoef te lezen, maar ik zou armer, dommer en ongelukkiger zijn als ik het nooit zou doen.”

De fenomenale verhalen van Platonov zijn schitterend vertaald

De grote Gatsby – F. Scott Fitzgerald

The great Gatsby, wat een heerlijk mysterieuze titel is dat! Het boek biedt aanvankelijk een dromerig beeld van de jetset in New York in de roaring twenties. De ik-persoon raakt bevriend met en vervolgens volledig in de ban van zijn steenrijke buurman Gatsby. Het is een mooie tijdschets, helaas zonder meeslepende, uitgewerkte personages.

Er is ook een uiterst teleurstellende film met Leonardo DiCaprio.

Madame Bovary – Gustave Flaubert

Het verhaal van Madame Bovary, een prachtig geschreven roman met eeuwigheidswaarde, hoeft niet verteld te worden. Enkele indrukken:

In zijn beschrijvingen van de dorpjes en de natuur is Flaubert net Toergenjev. De romantische lijn in het verhaal maakt denk ik het meeste indruk in je tienerjaren, dus pak dat boek maar gewoon bij je ouders uit de kast!

Magistraal vond ik de beschrijving van de arme cafébediende met de klompvoet die door de dokter en de apotheker wel even geopereerd zou worden. Schitterend zijn ook de botsingen tussen pastoor Bournisien en de moderne apotheker Homais, vooral tijdens de wake. De twee zijn voortdurend aan het bekvechten over de kerk en het geloof. Een lange woordenwisseling eindigt als volgt:

Homais was tegen de biecht; Bournisien verdedigde het sacrament; hij vertelde hoeveel gestolen goed daardoor werd teruggebracht; hij haalde voorbeelden aan van dieven die op slag eerlijk waren geworden; militairen die hun zonden kwamen belijden, waren de schellen van de ogen gevallen. Er was in Freiburg een minister…

Zijn metgezel sliep.

De correcties – Jonathan Franzen

Lekker dikke pil die je meesleept in een familiegeschiedenis van een op het eerste gezicht doodnormaal gezin uit de Mid-West van Amerika. Het speelt enerzijds in de jaren 70/80, wanneer het gezin van Enid en Alfred 3 jonge kinderen heeft.

Anderzijds speelt het rond de eeuwwisseling, als de vader van het gezin aan het dementeren is, terwijl de kinderen allemaal hun eigen drukte en problemen hebben en niet zitten te wachten op gerommel aan het thuisfront.De focus verandert voortdurend naar een van de vijf gezinsleden, ofwel in de tegenwoordig tijd, ofwel 20/30 jaar terug. Franzen zit bijzonder strak op de huid van de hoofdpersonages waardoor elke gedachte, hoe vermoeiend ook, zeer realistisch wordt. Dat is de sterke kracht van deze roman, de romanpersonages zijn ontnuchterend realistisch.

Helaas kiest Franzen soms voor uitweidende zijpaden die mij maar matig konden boeien: de beschrijving van de marketing van een nieuw medicijn, de smaakervaringen van de kok-in-wording Denise, het praatje van een effectenmakelaar. Wat een gezever allemaal. Geef mij maar de minutieuze observaties van de intermenselijke relaties!

Helden – Stephen Fry

Eerder maakte Stephen Fry al zoveel indruk door met Mythos een zeer toegankelijk boek over de Griekse mythologie te schrijven. Helden borduurt daar op voort. De voornaamste helden zijn Herakles die 12 onmogelijke werken moet verrichten, Jason die met zijn argonauten het gulden vlies terughaalt en Theseus die eerst naar Athene en vervolgens naar Kreta reist om het op te nemen tegen de Minotaurus in het labyrint van Daidalos.

Dit kan maar één ding betekenen: de strijd om Troje wordt het volgende boek van Fry en ik kan niet wachten!