Vandaag vroeg mijn Joegoslavische collega D* wat de verleden tijd was van “lukken”. Overijverig begon ik hem de werking van ‘t kofschip te vertellen. Omdat hij leergierig en intelligent is, had hij al snel door hoe het ezelsbruggetje werkte. Vervolgens stelde hij me de vraag die mij in 7 jaar middelbare school niet één keer opgekomen is: “Wat is een kofschip?”. Gelukkig kon ik het antwoord gauw vinden op internet. Als u, lezer, nautisch ook wat minder onderlegd bent dan vindt u hier een afbeelding van dit prachtige schip!
Reacties op dit bericht worden niet meer aanvaard in verband met spamming…
Maar nu lees ik nog graag de letterlijke (taalkundige) inhoud van het Kofschip… Want die ben ik sinds lang vergeten.
Groet,
Willem Aalders
Goede vraag!
Als de stam van een zwak werkwoord eindigt op een medeklinker die voorkomt in “‘t kofschip” dan krijgt het werkwoord in de verleden tijd een T, anders een D.
Voorbeeld:
werkwoord: werken
stam (“werk”) eindigt op de letter K
de K komt voor in “‘t kofschip”
dus de verleden tijd gaat met een T:
“hij werkte”
Nog een voorbeeld:
werkwoord: vertellen
stam (“vertel”) eindigt op de letter L
de L komt niet voor in “‘t kofschip”
dus de verleden tijd gaat met een D:
“hij vertelde”
Hoe zit het dan met de verleden tijd van beloven ??? (volgens de ‘t kofschip regel)
Eenvoudig: de stam van beloven, “belov” eindigt op een v. De v zit niet in het kofschip, dus de verleden tijd gaat met een d: beloofde.
Wij hadden vandaag een discussie over het woord faxen. Volgens het kofschip zou het niet met een t moeten, maar volgens de Van Dale wel. Hoe zit dit?
Op de site van Onze Taal staat te lezen: “De ‘t kofschip-regel kunnen we ook toepassen op faxen als we uitgaan van de laatste klank van de stam. We spreken fax uit als [faks], de laatste klank is een s. De s staat in ‘t kofschip en daarom schrijven we in de verleden tijd een t: faxte-gefaxt.”
Onze Taal stelt daarom voor om de kofschip-regel uit te breiden tot de “‘t ex-kofschip-regel”. (http://www.onzetaal.nl/advies/faxen.html)
Bij het lezen van alle berichten heb ik iets tegenstrijdigs gevonden en daarom weet ik het ook niet meer.
Het woord beloven, de stam eindigt op v, komt niet in het Kofschip voor, dus wordt het ik heb
beloofd. Maar faxen eindigt op een x en toch wordt het ik heb gefaxt. De x klankt eindigt wel op een s, maar bij beloven klinkt de stam ook als een f, dus dan zou dit wel weer met een t moeten.
Mijn vraag is dus ook, wanneer wordt er nu gekeken naar de werkelijk eindletter van de stam en wanneer naar de klank?
De Kofschip-regel dateert nog van voor de massale invloed van het Engels op de Nederlandse taal. Daarom stelt Onze Taal ook voor om de regel nu uit te breiden tot de Ex-Kofschip-regel (zie boven). Dan vallen alle werkwoorden waarvan de stam op een x eindigt (en blijkbaar zijn dit allemaal Engelse leenwoorden), ook onder de regel.
Hoe zit het met het voorkomen van de ‘ch’ in het kofschip ? Gaat deze regel ook op voor werkwoorden waarbij de stam eindigt op een ‘g’ ? Bijv. ontmoedigen. ‘Ik ontmoedigde hem’, ‘voel je niet ontmoedigd’ ?
De ‘ch’ moeten inderdaad samen gelezen worden, bv. ‘lachen’ – ‘lachte’. Voor de ‘g’ gaat het kofschip niet op. Daarom is het inderdaad ontmoedigde.
Er wordt steeds gesproken over de ‘t kofschip regel (let op de ‘t hoort er ook bij). Echter dit is slechts een ezelsbrug. De regel is dat stemloze medeklinkers een t krijgen en stemhebbende medeklinkers een d. Van de stemloze medeklinkers: ch, f, k, p, t en s heeft men ezelsbruggetjes gemaakt: ‘t kofschip of ‘t fokschaap. Sinds het lenen van engelse woorden hoort de x als stemloze medeklinker er ook bij. Vergelijk beheksen-behekste-behekst maar met faxen-faxte-gefaxt: dezelfde medeklinker aan het eind van de stam (het werkwoord zonder de -en aan het eind).
Het fokschip is gezonken,het fokschaap heeft het overleefd.
Waarom? Als je naar de klanken luistert van het fokschaap, dan vormen de ‘k’ en de ‘s’ de ‘x’-klank.
Wanneer de stam van een woord op een ‘x’eindigt (denk aan fax(en)),krijgt de zwakke vervoeging een ‘t’. Zo voorkom je dus misverstanden.
Ik kwam dit tegen doordat ik ben gaan zoeken op kofschip. Ik ben een ramp voor wat betreft vervoegingen etc. Waarschijnlijk vroeger niet goed opgelet en had ook mijn interesse niet. Ik ontwijk in zinnen veelvuldig voor mij onbekende vervoegingen en dat kan soms heel primair zijn. Een d of een t of zelfs dt, ik heb er erg veel moeite mee. Een zwak werkwoord zegt mij bijvoorbeeld ook niets.
Graag wil ik leren hoe ik kan vervoegen zonder mijzelf in bochten te moeten wringen en zinnen omgooien om hieronderuit te komen. Kunt u advies geven?
Als je wilt weten wanneer je ‘d’, ‘t’ of ‘dt’ schrijft en je hebt niet voldoende aan de discussie hierboven dan raad ik je de volgden sites aan:
http://www.taalthuis.com/nl/schrijftips.htm
Als je op http://www.kennisnet.nl zoekt op ‘grammatica nederlands’ kom je ook een heel eind.
Succes!
Ik had een probleem met het kofschip van hoe het ook al weer werkte, en toen zei me moeder kijk even op deze site. En nu heb ik het door deze site weer een beetje in mijn hoofd opgefrisd.
En daarom zeg ik, Dank u wel.
Nou ja marietje, bijna dan. (opgefrist)
Hoe zit dat dan met
circa 11.000 hits voor glansde op google
versus
circa 356 hits voor glanste ?
Schrijft iedereen dat verkeerd?
Het gaat erom of de letter waar de stam van het werkwoord op eindigt, in het kofschip zit. Het hele werkwoord is glanzen, de stam is glanz en de ‘z’ zit niet in het kofschip. Daarom schrijf je dus glansde.
Aha, net als proefde! dank.
Omdat niet voor iedereen duidelijk schijnt te zijn, wat de stam van het werkwoord is en dit primair is voor het toepassen van de ”t fokschaap’-regel, bijgaand een korte uitleg:
In de taalkunde is een stam het deel van een woord dat overblijft wanneer men de buigingsuitgangen weghaalt. De stamvorm is de basis die gebruikt wordt in woordvorming door middel van flexie en afleiding. Van een werkwoord kan men de stam vinden door de uitgang -en af te halen van de infinitief (hele werkwoord). Meestal ontstaat hierdoor de vervoeging in de eerste persoon enkelvoud.
(denk hierbij aan de ik-vorm ik werk, ik hak, ik fiets etc.)
Echter: Bij werkwoorden waarbij de stam op een ‘v’ of ‘z’ eindigt, verandert deze in respectievelijk een ‘f’ of een ‘s’, als er niet direct erna een klinker volgt.
beloven – belov wordt: beloof
geven - gev wordt: geef
etc.
Voor het toepassen van de regel dient dan ook de ‘aangepaste’ stam te worden bekeken. Let er hierbij op, dat het in de ”t fokschaap- ezelsbruggetje’ gaat om de klanken van de (stomme) medeklinkers, uitsluitend bij zwakke werkwoorden.
Ga zo door medelanders!
Hoe beter wij schrijven, hoe beter wij voor de dag komen.
Wie zich foutloos uit kan drukken, geniet een grote voorsprong op hen die dat niet kunnen!
De nederlandse schrijftaal is kreupel, daarom moeten we terug naar de stam om t kofschip te gebruiken. Er zijn een aantal combinaties van stemhebbende /stemloze medeklinkers (d-t, g-k, v-f, z-s, -ch, b-p). De rechterletters vormen t kofschip. Op bepaalde plaatsen (in de nederlandse taal) spreken we de stemhebbende medeklinkers uit als stemloze, bijvoorbeeld als het de laatste letter is. Er is geen verschil tussen ik heb en ik hep, maar wel tussen wij hebben en wij heppen. En ik bid en ik bit, maar wel wij bidden en wij bitten. En wat doen we in de beste spelling ter wereld? Als een woord op d of b eindigt dan schrijven we d en b, maar als het eindigt op v of z schrijven we f en s. Huiz, huizen, verhuizd, Ik leev, wij leven, leevde, geleevd wat veel logischer. En dan is het duidelijk, t kofschip is gewoon de een na laatste letter van het voltooid deelwoord. Niks terug naar de stam. Je kan niet een stemloze en stemhebbende na elkaar uitspreken, dus geleefd is gewoon een kromme spelling (f en d naast elkaar) en zo spreken we het ook niet uit. Er zijn meer talen met dit probleem, maar wij hebben er dus twee oplossingen voor